OnsThuus.nl

Inloggen of inschrijven

De Kluizenaars van Boxmeer

,De kluizenaars van Boxmeer.pdf

In Boxmeer en over de Maas hebben in het nog niet zo verre verleden diverse kluizenaars en kluizenaressen gehuisd. Zij woonden die tijd in kleine huisjes ook wel kluizen genoemd. In het zuiden zijn nog enkele van deze gebouwtjes bewaard gebleven, zodat de stolpjes omringd zijn door woningen dan wel bedrijven. Ook Boxmeer kende zo´n kluis. Deze was gelegen in de Waranda aan de zuidzijde waar eerst het Maasziekenhuis gestaan heeft. ZIE KAART. De ligging was goed gekozen. DE NAESTBERG, die later werd omgedoopt in Warande was hoog gelegen, zodat de plaats gevrijwaard was van overstromingen. In de nabijheid van de kluis stond de Boxmeerse wind/en rosmolen. (Pietje de meulder (Derks) later familie Heinemans. In latere tijden liet Graaf Albert van den Berg hier zijn buitenverblijf, de Waranda aanleggen. Om de geschiedenis van de kluizenaars goed te begrijpen moet men teruggaan naar de eerste eeuwen van het christendom. Het mensdom heeft zowel onder de heidenen als wel onder de joden steeds personen gekend die zich vrijwillig in eenzaamheid terugtrokken. Om een kluizenaar verzamelden zich soms volgelingen die ondergebracht werden in een orde. De kluizenaars die in onze streken woonden waren gewoonlijk leken. Zelden vinden we priesterkluizenaars. Bij de kluis was gewoonlijk een kapelletje gebouwd. In kleine kluizen was een bidplaats aanwezig. Gewoonlijk vindt men de kluizenaars in afgelegen streken of op een rustige plaats zoals in Boxmeer op de Waranda. Zij leefden er zonder comfort en hun levenswijze was streng. In Boxmeer zijn volgens Van Odenhoven slechts drie kluizenaars van naam bekend. Verheijen van Estveld en Bloem zijn van mening dat in de loop der eeuwen meerdere kluizenaars in het cluiske op de Waranda gewoond moeten hebben. De kroning van Boxmeer vermeldt dat er in 1542 in het cluijske een eremiet woonde genaamd Paulus. Hij stierf in 1598 op 90-jarige leeftijd eremiet Johannus Claessens. Voor het eerst vernemen we weer een eremiet bekend onder de naam Hubert Antonius die echter in 1758 de kluis verliet. Deze man hield zich volgens de kroniek bezig met bijenteelt en was raadsman voor velen. Een man met veel talent, aldus Bloem. Hij stond op goede voet met de toenmalige pastoor van de parochie Antonius Peelen. Tot een van zijn taken behoorde de verzorging van de St. Rochuskapel en O.L. vrouw van zeven smarten aan de zeven-hutten op het Zand. Deze kapel stond ter hoogte waar nu bloemenhuis Olieslagers is gevestigd. De kluizenaar voorzag in zijn onderhoud door middel van aalmoezen. Op de grote kerkelijke feestdagen was het ook feest in het cluijske. Op 15 januari de feestdag van St.Paulus, en twee dagen later op het feest van St.Anthonius-Abt kregen de kluizenaar extra gaven. De kluizenaars kwamen ook enige malen in het jaar bij elkaar. Vooral in Horst en Roermond, waar meerdere kluizenaars woonden, verzamelden zich in de zomer veel kluizenaar. De Boxmeerse kluizenaar viel onder de jurisdictie van Roermond, waartoe Boxmeer destijds behoorde. Op bepaalde tijden bad de kluizenaar zijn getijden, hield zijn meditatie en gebedsoefeningen en bezocht elke dag de H.mis. In 1780 deden enkel voorname ingezeten van Boxmeer een poging om een nieuwe kluis voor een Duitse eremiet op te richten. Deze plannen mislukten echter. De 18e eeuw is de laatste bloeitijd van de kluizenaars geweest. Daarnaar raakten de nog bestaande kluizen in verval. MH

Browser niet ondersteund
Je browser wordt helaas niet ondersteund. Hierdoor kan het zijn dat sommige onderdelen van de site niet volledig werken. Lees hier meer over welke browsers we ondersteunen of update je browser.