Onsthuus.nl

Inloggen of inschrijven

Mevrouw Gerrits bijna honderd jaar



Boxmeer- Haar hele leven woont zij al in Boxmeer, mevrouw Jo Gerrits- van den Hork. Op 27 juli viert zij haar honderd jarige verjaardag. Horen en zien is wat minder geworden, maar haar geheugen is formidabel. Verhalen over vroeger vertellen, met daarbij de exacte jaartallen, dat gaat haar prima af.

Door Wanda Laarakkers voor DeBok

Op 27 juli 1919 werd Jo van den Hork geboren in Boxmeer op de boerderij in het Luneven die haar grootvader kocht in 1883. Jo: “Het was een bijzondere zondag, burgemeester Hengst kwam zelfs op kraamvisite.” Later volgden in het gezin van den Hork nog twee zusjes en twee broers. Zesentwintig jaar van haar leven woonde Jo in het Luneven.

Naar school gaan deed zij niet graag. “Ik was bang voor de non die voor de klas stond. Ze had zo’n grote kap op haar hoofd. Mijn vader bracht me op de fiets naar school, maar ik was er onderweg stiekem vanaf gesprongen, ben naar huis gelopen en bij mijn moeder onder de rok gekropen. Ik was een verlegen kind.” Na de lagere school volgde Jo onderwijs op de Mulo. “Mijn moeder wilde dat ik non zou worden, maar zelf zag ik dat helemaal niet zitten.”

1n 1926 maakte Jo de overstroming van de Maas mee, een ramp voor deze streek. “We hadden geluk, het Luneven bleef droog.” Een andere nare tijd was de oorlog. “Ik herinner me nog dat ze de toren van Sambeek aan het beschieten waren. Ik was in de tuin bezig toen er een legertank aan kwam rijden. Hij reed door sloten en prikkeldraad. We waren nieuwsgierig en gingen kijken. Het waren Engelsen, we mochten even in de tank. De Engelsman zei; Your mother cried. Toen mijn moeder reageerde met, nee daar hebben de kraaien niks aan gedaan, hebben we ons rot gelachen.”

Wat vroeger echt anders was dan nu is de luxe. Verjaardagen werden eenvoudig gevierd. “We kochten bij de Hapé een zak olienootjes. Die werden op tafel geschud, en iedereen zat erom heen om ze te pellen. Dat was geweldig.”

In de oorlog kreeg Jo verkering met Jo Gerrits. “Hij kwam vaak bij ons thuis, hij was gek met me. We trouwden in 1945 en gingen aan de Beugenseweg wonen waar mijn man al een boerderij had. Het echtpaar kreeg negen kinderen, drie jongens en zes meisjes. “Het waren lieve kinderen, ze waren nooit lastig. We hadden een fijne buurt, de kinderen speelden met z’n allen op de dijk.”

Op de boerderij verzorgde het gezin een moestuin, en het vlees kwam van eigen dieren. Bakker Loonen kwam wekelijks zevenenveertig broden brengen. In eerste instantie was er nog geen diepvries. “Als we vlees nodig hadden moesten we op de fiets naar Jansen D’n Drejer. Daar was een koelruimte met vriesvakken die je kon huren. We waren dolblij toen we een eigen diepvries kregen. Ook hadden we al snel een wasmachine, die kochten we in 1960 bij Palmers.”

Dertig jaar geleden overleed Jo’s man op vierentachtigjarige leeftijd. Inmiddels zijn al haar broers en zussen overleden, op één schoonzus na. “Mijn kinderen kwamen goed terecht. We kregen dertien kleinkinderen en veertien achterkleinkinderen. Helaas ontvielen me in vijf jaar tijd drie dochters en een zoon. Daarnaast overleed een schoonzoon in Amerika bij een bedrijfsongeval. Dat waren verdrietige tijden,” vertelt Jo.

Jo woont nog steeds zelfstandig, wat lukt dankzij goede hulp van de thuiszorg en haar schoonzoon Antoon en dochter Bep die dagelijks komt. Een geheim om honderd jaar te worden heeft zij niet. “Het gaat automatisch, ik had nooit gedacht zo oud te worden. Ik heb een mooi leven.”